In de eerste gerechtelijke bodemprocedure over een onvoorwaardelijk ingetrokken procescertificaat hebben TÜV Nederland en haar advocaat Tim Segers het gelijk aan hun zijde gekregen. Het betoog van de certificaathouder om deze intrekking van tafel te krijgen, bleek vruchteloos. Voor de praktijk zijn uit deze uitspraak een aantal interessante lessen te trekken.
In de kwestie waar de Rechtbank Gelderland op 13 februari jl. uitspraak deed, was op 27 februari 2013 gestart met een sanering. Tijdens deze werkzaamheden heeft zowel een toezichthouder van de gemeente, als een inspecteur van SZW geconstateerd dat het werk niet volgens de geldende regels werd uitgevoerd. Asbesthoudend materiaal werd van een dak gegooid, evenals het feit dat in het werkgebied werd geveegd met een bezem.
Op basis van de dossiers van de gemeente en de Inspectie SZW stelde TÜV Nederland vast dat drie categorie II afwijkingen en één categorie III afwijking was begaan. De drie geconstateerde categorie II afwijkingen verzwaarde op basis van de zogenaamde ‘escalatieladder’ tot één categorie I afwijking. De sanctie die hierop staat is een onvoorwaardelijke intrekking van het certificaat. Met deze conclusie was de certificaathouder het niet eens. Zij stelde dat TÜV Nederland had nagelaten zelfstandig onderzoek te doen, evenals dat zij het slachtoffer was geworden van een kwaadwillende DTA’er.
De rechtbank oordeelde dat TÜV Nederland geen nader zelfstandig onderzoek had hoeven uitvoeren. Het onderzoek van de Gemeente Druten en de Inspectie SZW was namelijk zodanig uitgebreid dat nader eigen onderzoek niet meer nodig was. Op basis van deze dossiers kon TÜV Nederland beoordelen welke afwijkingen door de certificaathouder waren begaan. De rechtbank oordeelde dan ook dat het besluit tot intrekking zorgvuldig tot stand was gekomen.
Ten tweede stelde de certificaathouder dat zij het slachtoffer was geworden van een kwaadwillende DTA’er. De rechtbank stelt echter voorop dat de vraag of de certificering van de betrokken DTA moet worden of is ingetrokken geen omstandigheid is die TÜV Nederland bij haar oordeel of het SC‑530 certificaat moest worden ingetrokken, diende te betrekken. Dat staat los van elkaar, aldus de rechtbank. Te meer nu TÜV Nederland ter zitting heeft verklaard dat zij de certificering van de betrokken DTA niet kan intrekken omdat die bevoegdheid bij een andere CKI ligt.
Zoals gezegd zijn naar onze mening een aantal interessante (algemene) lessen te trekken uit deze eerste gerechtelijke uitspraak. Zo heeft de rechtbank bevestigd dat een CKI een handhavingsbesluit kan stoelen op een onderzoek van de gemeente en/of de Inspectie SZW. Daarnaast kan een procescertificaathouder zich niet verschuilen achter een kwaadwillende DTA’er. In deze kwestie bleken de geconstateerde afwijkingen zelfs zodanig ernstig dat de zwaarste sanctie moest volgen. De eerste door de rechter in stand gelaten onvoorwaardelijke intrekking van een SC-530 certificaat is dus een feit.
http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBGEL:2014:879&keyword=2014%3a879
