TNO-rapport ‘Onderzoek naar de blootstelling aan asbest tijdens saneringswerkzaamheden’

asbest saneringDeze week publiceerde het TNO eindelijk het gelijknamige en in spanning afgewachte rapport, dat in de Haagse wandelgangen al enige maanden bekend is. Het betreft een onderzoek naar de blootstelling, bronmaatregelen en persoonlijk beschermingsmiddelen in relatie tot de introductie van nieuwe grenswaarden voor asbest. Aanleiding vormde het advies van de Gezondheidsraad uit 2010 om de blootstellingswaarden van asbest aanmerkelijk aan te scherpen. De overheid is echter beducht om daartoe over te gaan zonder eerst te onderzoeken wat strengere normen voor de dagelijkse saneringspraktijk zouden betekenen. En dat is niet zo best, zo luidt de conclusie van het TNO.

Enkele highlights van het rapport:

  • asbestsaneerders worden in de praktijk aan zeer hoge en zorgwekkende blootstellingswaarden blootgesteld;
  • gelaatsmaskers voldoen nu reeds niet in zulke gevallen en zeker niet bij strengere normen;
  • gelaatsmaskers passen slecht en bieden daardoor sowieso weinig bescherming, zodat (mijns inziens dringende) behoefte bestaat aan een persoonlijke keuring van maskers (‘fit2fit’, naar Engels voorbeeld);
  • er bestaat behoefte aan betere saneringstechnieken waarbij de asbestconcentratie in de lucht veel geringer kan zijn, naar Engels en Australisch voorbeeld;
  • de gangbare PLM-metingen moeten mogelijk vervangen worden door de duurdere SEM-metingen, wat grote financiële (en daarom kennelijk ongewenste) consequenties zou hebben voor de saneringspraktijken.

Het ‘opgeschoond’ ogende rapport is doorspekt met verwijzingen naar te beperkte datasets, verouderde informatie, et cetera. De excuses zijn bij voorbaat dik gezaaid waarom de overheid in afwachting van een volgend rapport niet voortvarend zal optreden met de codificatie van strengere normen, maar in plaats daarvan nog langer op haar handen zit. Want dat de overheid bepaald geen haast heeft om de aanbevelingen van de Gezondheidsraad over te nemen met alle financiële consequenties van dien, is allang duidelijk.

De vraag is hoe lang de Nederlandse overheid nog de vrijheid houdt om zelf ter zake regelgeving op te stellen. Vanuit het Europees Parlement klinkt al een jaar de wens om de SEM-techniek als standaard in te voeren, aandacht te besteden aan persoonlijke gelaatsmaskers op maat, etc. Een richtlijn van die strekking is waarschijnlijk slechts een kwestie van tijd.

Met belangstelling las ik dat TNO aandacht vraagt voor buitenlandse saneringstechnieken, wat ik zelf al enige tijd bepleit. Met name de Engelse ‘Red Box’ methode (impregnatie van asbest met een hechtingsmiddel) kan de blootstellingswaarden tijdens sanering aanmerkelijk reduceren in vergelijking tot gangbare Nederlandse methodes – en daarmee zou gelijk het probleem van gelaatsmaskers, dure metingen en dergelijke bij hoog-risico saneringen kunnen worden beperkt. Het zou mij niet verbazen indien die techniek de gangbare werkwijze zal worden in de toekomst.

Het blijft echter opmerkelijk (en pijnlijk) dat het Nederlandse asbestbeleid uiteindelijk eerder lijkt te worden bepaald door economische dan door morele of medische overwegingen. Althans, dat is beslist het gevoel dat ik bij dit TNO-rapport krijg. Nederland op zijn smalst…

Tevens gepubliceerd op de website van het Nederlands Instituut voor de Bouw op 8 januari 2014.